Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. indruk:
  2. indrukken:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for indruk from Dutch to French

indruk:

indruk [de ~ (m)] nomen

  1. de indruk
    l'impression; l'empreinte

Translation Matrix for indruk:

NounRelated TranslationsOther Translations
empreinte indruk afdruk; afdruksel; ets; gravure; hielspoor; inktstempel; kwaliteitsmerk; plaat; print; stempel; waarmerk; zegel
impression indruk advertentieaanvraag; afdruk; algehele indruk; apperceptie; bedrukking; belettering; druk; impressie; observatie; opdruk; oplage; perceptie; print; totale indruk; uitgave; waarneming
- impressie

Related Words for "indruk":


Synonyms for "indruk":


Related Definitions for "indruk":

  1. uitwerking die het heeft op gedachten en gevoel1
    • het optreden van Rob de Nijs maakte veel indruk1

Wiktionary Translations for indruk:

indruk
noun
  1. Traductions à trier suivant le sens
  2. imprimerie|fr action par laquelle une chose appliquer sur une autre y laisser une empreinte ; résultat de cette action.

Cross Translation:
FromToVia
indruk impression impression — overall effect of something
indruk empreinte imprint — an impression; the mark left behind by printing something
indruk impression Eindruck — verbleibende Erinnerung, Vorstellung, die jemand oder etwas hinterlassen hat
indruk impression Impression — ein durch Sinneswahrnehmung oder gefühlsmäßig gewonnener Eindruck
indruk recommander empfehlen — (transitiv) unpersönlich: einen guten Eindruck hinterlassen

indrukken:

indrukken verb (druk in, drukt in, drukte in, drukten in, ingedrukt)

  1. indrukken (induwen)
    enfoncer; appuyer; pousser dans; faire entrer de force
    • enfoncer verb (enfonce, enfonces, enfonçons, enfoncez, )
    • appuyer verb (appuie, appuies, appuyons, appuyez, )

Conjugations for indrukken:

o.t.t.
  1. druk in
  2. drukt in
  3. drukt in
  4. drukken in
  5. drukken in
  6. drukken in
o.v.t.
  1. drukte in
  2. drukte in
  3. drukte in
  4. drukten in
  5. drukten in
  6. drukten in
v.t.t.
  1. heb ingedrukt
  2. hebt ingedrukt
  3. heeft ingedrukt
  4. hebben ingedrukt
  5. hebben ingedrukt
  6. hebben ingedrukt
v.v.t.
  1. had ingedrukt
  2. had ingedrukt
  3. had ingedrukt
  4. hadden ingedrukt
  5. hadden ingedrukt
  6. hadden ingedrukt
o.t.t.t.
  1. zal indrukken
  2. zult indrukken
  3. zal indrukken
  4. zullen indrukken
  5. zullen indrukken
  6. zullen indrukken
o.v.t.t.
  1. zou indrukken
  2. zou indrukken
  3. zou indrukken
  4. zouden indrukken
  5. zouden indrukken
  6. zouden indrukken
en verder
  1. is ingedrukt
diversen
  1. druk in!
  2. drukt in!
  3. ingedrukt
  4. indrukkend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for indrukken:

VerbRelated TranslationsOther Translations
appuyer indrukken; induwen aanbevelen; aanraden; baseren; bemoedigen; bijvallen; coöpereren; dragen; drukken; funderen; iemand recommanderen; instemmen; knellen; meewerken; nomineren; ondersteunen; opbeuren; rugsteunen; schoren; schragen; steunen; steunen op; stutten; tikken op; troosten; vertroosten; voordragen
enfoncer indrukken; induwen aanslaan; doordrukken; doorstoten; drukkend door iets heen brengen; heien; inheien; inkloppen; intikken; intoetsen; intypen; kraken; losbreken; naar beneden drukken; neerdrukken; openbreken; openhakken; opentrappen; taxeren
faire entrer de force indrukken; induwen
pousser dans indrukken; induwen injagen; inpassen; inschuiven; naar elkaar toe schuiven; passen in

Related Words for "indrukken":


Related Translations for indruk