Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. beurt:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for beurt from Dutch to French

beurt:

beurt [de ~] nomen

  1. de beurt (spelletje; rondje)
    le jeu; le tour; la partie

Translation Matrix for beurt:

NounRelated TranslationsOther Translations
jeu beurt; rondje; spelletje concours; game; marge; partij; partijtje; pot; potje; speelruimte; speelwijze; spel; speling; stapel; strijd; wedstrijd; wedstrijdje
partie beurt; rondje; spelletje aandeel; afdeling; basisbestanddeel; bestanddeel; brok; component; deel; departement; detachement; element; feest; festijn; fractie; gedeelte; gespeel; hoeveelheid; ingrediënt; kinderspel; klompje; klont; klontertje; klontje; onderdeel; part; partij; partijtje; party; potje; sectie; segment; spel; stuk; suikerklontje; tak; wedstrijdje
tour beurt; rondje; spelletje afstand; baan; baanvak; behendigheid; burchttoren; cirkel; draai; draaibank; etappe; expeditie; foefje; gekke streek; handigheid; kasteeltoren; kneep; kneepje; kring; kuier; kunst; kunstgreep; kunstje; list; loopje; maniertje; mars; omdraaiing; omgang; omgang hebben met; omloop; ommetje; omwenteling; pad; poets; rare streek; reis; rit; ronde; ronde doen; rondgang; rondje; rondreis; rondrit; route; slimheid; slottoren; sluwe streek; streek; tocht; tochtje; toer; toertje; toren; torenflat; torengebouw; torentje; tour; tournee; traject; trektocht; trip; truc; uitje; uitstapje; wandeling; wandeltocht; weg; wending; wolkenkrabber; zijn ronde doen

Related Words for "beurt":

  • beurten

Related Definitions for "beurt":

  1. keer dat iemand of iets behandeld wordt1
    • wie is aan de beurt?1

Wiktionary Translations for beurt:

beurt
noun
  1. een gelegenheid of opdracht die bij afwisseling aan één persoon uit meerdere gegeven wordt
beurt
noun
  1. Traductions à trier suivant le sens

Cross Translation:
FromToVia
beurt coup; mouvement move — the act of moving a token on a gameboard
beurt tour turn — one's chance to make a move in a game

Related Translations for beurt