Dutch

Detailed Translations for beloning from Dutch to French

beloning:

beloning [de ~ (v)] nomen

  1. de beloning (vergoeding; loon)
    la rémunération; le salaire; la récompense; l'honoraire; l'honoraires; la rétribution; le traitement; le gages; la prime; le cachet; l'appointements; le droit de l'inventeur
  2. de beloning (vindersloon)

Translation Matrix for beloning:

NounRelated TranslationsOther Translations
appointements beloning; loon; vergoeding arbeidsinkomen; arbeidsloon; bezoldiging; gage; honorarium; inkomen; inkomsten; loon; ontvangsten; salaris; soldij; traktement; verdienste; verdiensten; wedde
cachet beloning; loon; vergoeding afstempelen; arbeidsloon; bezoldiging; eigenschap; gage; honorarium; inktstempel; karakteristiek; karaktertrek; kenmerk; lakstempel; lakzegel; loon; plakzegel; salaris; soldij; stempel; stempelen; stigma; traktement; verdienste; wedde; zegel; zegelafdruk
droit de l'inventeur beloning; loon; vergoeding; vindersloon
gages beloning; loon; vergoeding arbeidsloon; bezoldiging; gage; honorarium; inkomen; inkomen uit onderneming; loon; onderpanden; salaris; soldij; traktement; verdienste; wedde
honoraire beloning; loon; vergoeding arbeidsloon; bezoldiging; gage; honorarium; loon; salaris; soldij; traktement; verdienste; wedde
honoraires beloning; loon; vergoeding
prime beloning; loon; vergoeding agio; arbeidsloon; bezoldiging; bonus; eerbewijs; exces; extra beloning; extraatje; gage; gratificatie; honorarium; loon; overschot; premie; prijs; rest; salaris; soldij; surplus; tantième; teveel; toegift; toeslag; traktement; verdienste; verzekeringspremie; wedde; winstaandeel; winstdeel; winstdeling; winstuitkering
récompense beloning; loon; vergoeding arbeidsinkomen; arbeidsloon; bezoldiging; gage; honorarium; inkomen; inkomen uit onderneming; loon; salaris; soldij; traktement; verdienste; vergelding; wedde
rémunération beloning; loon; vergoeding arbeidsinkomen; arbeidsloon; bezoldiging; compensatie; gage; honorarium; inkomen; inkomsten; loon; ontvangsten; salaris; salariëring; soldij; traktement; verdienste; verdiensten; vergelding; wedde
rétribution beloning; loon; vergoeding arbeidsinkomen; arbeidsloon; bezoldiging; gage; honorarium; inkomen; inkomsten; loon; ontvangsten; salaris; soldij; traktement; verdienste; verdiensten; wedde
salaire beloning; loon; vergoeding arbeidsinkomen; arbeidsloon; bezoldiging; fabricagekosten; gage; honorarium; inkomen; inkomen uit onderneming; inkomsten; loon; maakloon; ontvangsten; salaris; salariëring; soldij; traktement; verdienste; verdiensten; wedde
traitement beloning; loon; vergoeding arbeidsloon; batch; behandeling; bejegening; bewaking; bezoldiging; controle; gage; hoede; honorarium; inkomen; inkomsten; loon; manipulatie; ontvangsten; overhead; salaris; soldij; surveillance; therapie; traktement; treatment; verdienste; verdiensten; verwerking; wedde
ModifierRelated TranslationsOther Translations
honoraire honorair; onbezoldigd; titulair

Related Words for "beloning":

  • beloningen

Wiktionary Translations for beloning:

beloning
noun
  1. iets wat men krijgt na het verrichten van een goede daad

Cross Translation:
FromToVia
beloning récompense Belohnung — Anerkennung, Gegenleistung für etwas, das jemand getan oder unterlassen hat
beloning récompense pay-off — a reward
beloning prix prize — honor or reward striven for in a competitive contest
beloning récompense reward — something of value given in return for an act

Related Translations for beloning