Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. lafaard:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for lafaard from Dutch to French

lafaard:

lafaard [de ~ (m)] nomen

  1. de lafaard (lafbek; groentje; melkmuil)
    le couard; le lâche; le poltron; le pleutre; le bleu

Translation Matrix for lafaard:

NounRelated TranslationsOther Translations
bleu groentje; lafaard; lafbek; melkmuil buil; bult; eerstejaars; eerstejaars student; foet; groentje; kneuswond; kneuzing; letsel; nieuweling; nieuwkomer; overall
couard groentje; lafaard; lafbek; melkmuil
lâche groentje; lafaard; lafbek; melkmuil
pleutre groentje; lafaard; lafbek; melkmuil
poltron groentje; lafaard; lafbek; melkmuil angsthaas; bangerd; bangerik; hazenpoot
ModifierRelated TranslationsOther Translations
bleu blauw
lâche bleekjes; grauw; krukkig; mistroostig; onbeholpen; onedelmoedig; onhandig; pips; schutterig; slap; slapjes; slungelig; somber; stumperig; stuntelig; sukkelig; triest; troosteloos; vreugdeloos; wee; ziekelijk; zwak

Related Words for "lafaard":

  • lafaards

Wiktionary Translations for lafaard:

lafaard
noun
  1. iemand die door zijn angst wegvlucht uit gevaarlijke situaties.
lafaard
noun
  1. personne peureuse, craintive, facilement effrayé.
  2. Personne poltronne

Cross Translation:
FromToVia
lafaard poltron; poule mouillée chicken — coward
lafaard couarde; couard; poltron; froussard; poltronne; froussarde coward — a person who lacks courage
lafaard lâche flake — an unreliable person