Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. krat:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for krat from Dutch to English

krat:

krat [het ~] nomen

  1. het krat (kist)
    the crate; the case
    the box
    – a (usually rectangular) container; may have a lid 1
    • box [the ~] nomen
      • he rummaged through a box of spare parts1

Translation Matrix for krat:

NounRelated TranslationsOther Translations
box kist; krat beeldbuis; blik; blikje; box; buis; bus; doos; kabinetje; kast; kastje; kistje; kratje; opbergblik; opbergdoos; opbergruimte; trommel
case kist; krat aangelegenheid; aanvraag; affaire; behuizing; casus; contract; doos; etui; foedraal; geding; geval; issue; kistje; koker; kokervormig doosje; kratje; kwestie; la; lade; naamval; pennendoosje; pennenkoker; probleem; procedure; proces; proefpersoon; punt; rechtsgeding; rechtszaak; schuifla; schuiflade; taak; vraagstuk; zaak
crate kist; krat kistje; kratje
VerbRelated TranslationsOther Translations
box boksen; omkaderen
crate emballeren; inpakken; inwikkelen; verpakken

Related Words for "krat":


Wiktionary Translations for krat:

krat
noun
  1. een houten of plastic doos met openingen in de zijkanten, veelal gebruikt voor het vervoer van flessen of fruit

Cross Translation:
FromToVia
krat box; container; bucket; can; case; crate; pot; chest; pail; tin; urn; tub; vat baquet — Petit cuvier de bois qui a les bords assez bas.