Dutch

Detailed Translations for gloed from Dutch to English

gloed:

gloed [de ~ (m)] nomen

  1. de gloed (warmte; hitte)
    the warmth
  2. de gloed (schijnsel; schijn; glans; straling)
    the glimmer; the radiance; the gleam; the shine; the glow
  3. de gloed (glans)
    the luminosity; the glow; the lucidity
  4. de gloed (elan; pit; vuur; vlam)
    the élan; the diligence; the fervour; the ardor; the zeal; the zest; the assiduity; the ardour; the fervor
  5. de gloed (passie; hartstocht; overgave; )
    the passion; the heartiness; the ardor; the craze; the ardour; the fieriness; the fire
  6. de gloed
    the glow; the outer glow; the glow effect
    – An effect that applies a halo of color around the perimeter of an object. 1

Translation Matrix for gloed:

NounRelated TranslationsOther Translations
ardor elan; gloed; hartstocht; hartstochtelijkheid; overgave; passie; pit; vlam; vurigheid; vuur drift; genegenheid; genoegen; genot; hartstocht; innigheid; liefde; lust; passie; vuur; wellust
ardour elan; gloed; hartstocht; hartstochtelijkheid; overgave; passie; pit; vlam; vurigheid; vuur drift; genegenheid; genoegen; genot; hartstocht; innigheid; liefde; lust; passie; vuur; wellust
assiduity elan; gloed; pit; vlam; vuur ijver; ijverigheid; naarstigheid; nijverheid; noestigheid; vlijt; vlijtigheid; werklust; werkzaamheid
craze gloed; hartstocht; hartstochtelijkheid; overgave; passie; vurigheid; vuur drift; genoegen; genot; lust; manie; overdreven voorliefde; pathologische opgewondenheid; rage; wellust
diligence elan; gloed; pit; vlam; vuur activiteit; ambitie; arbeid; arbeidzaamheid; aspiratie; bedrijvigheid; bezigheid; devotie; genegenheid; ijver; ijverigheid; inzet; naarstigheid; nijverheid; noestigheid; overgave; streven; toegewijdheid; toewijding; trouw; vlijt; vlijtigheid; werklust; werkzaamheid; zorgzaamheid
fervor elan; gloed; pit; vlam; vuur animo; belangstelling; fascinatie; felheid; geboeidheid; genegenheid; heftigheid; hevigheid; ijver; ijverigheid; innigheid; intensiteit; interesse; kracht; liefde; naarstigheid; nijverheid; noestigheid; vlijt; vlijtigheid; werklust; werkzaamheid; zin
fervour elan; gloed; pit; vlam; vuur animo; belangstelling; fascinatie; felheid; geboeidheid; genegenheid; heftigheid; hevigheid; ijver; ijverigheid; innigheid; intensiteit; interesse; kracht; liefde; naarstigheid; nijverheid; noestigheid; vlijt; vlijtigheid; werklust; werkzaamheid; zin
fieriness gloed; hartstocht; hartstochtelijkheid; overgave; passie; vurigheid; vuur driftigheid; heftigheid
fire gloed; hartstocht; hartstochtelijkheid; overgave; passie; vurigheid; vuur brand; fik; haardvuur; kachel; kacheltje; kleine kachel; schieten; verwarming; vuren; vuur
gleam glans; gloed; schijn; schijnsel; straling fonkeling; gefonkel; glans; glanslaag; glanzen; glimmen; glimp; glinstering; sterretje; vleug; vleugje
glimmer glans; gloed; schijn; schijnsel; straling
glow glans; gloed; schijn; schijnsel; straling glanzen; glimmen; gloeiing
glow effect gloed
heartiness gloed; hartstocht; hartstochtelijkheid; overgave; passie; vurigheid; vuur aardigheid; hartelijkheid; jovialiteit; vriendelijkheid
lucidity glans; gloed helderheid; klaarheid; lichtsterkte; luciditeit; overzichtelijkheid
luminosity glans; gloed helderheid; klaarheid; lichtgevendheid; lichtsterkte
outer glow gloed
passion gloed; hartstocht; hartstochtelijkheid; overgave; passie; vurigheid; vuur begeerte; bezetenheid; devotie; drift; genegenheid; genoegen; genot; gevoel; hartstocht; heftig verlangen; ijver; inzet; jool; leut; lust; obsessie; overgave; passie; plezier; pret; seksuele begeerte; sentiment; toegewijdheid; toewijding; trouw; vuur; wellust; zorgzaamheid
radiance glans; gloed; schijn; schijnsel; straling glans; luister; schitteren
shine glans; gloed; schijn; schijnsel; straling flakkering; flikkering; fonkeling; geflikker; gefonkel; glanzen; glimmen; glinstering; licht verspreiden; schijn; schijnen; schittering
warmth gloed; hitte; warmte
zeal elan; gloed; pit; vlam; vuur activiteit; arbeid; bedrijvigheid; bezetenheid; bezigheid; drift; hartstocht; ijver; ijverigheid; naarstigheid; nijverheid; noestigheid; obsessie; passie; vlijt; vlijtigheid; vuur; werklust; werkzaamheid
zest elan; gloed; pit; vlam; vuur drift; hartstocht; houtvuur; krachtdadigheid; passie; voortvarendheid; vuur
élan elan; gloed; pit; vlam; vuur
VerbRelated TranslationsOther Translations
fire aan de dijk zetten; aanmoedigen; aanvuren; afbranden; afdanken; afschieten; afvloeien; afvuren; bezielen; congé geven; eruit gooien; leegbranden; ontheffen; ontslaan; platbranden; schieten; schoten lossen; toejuichen; uitbranden; uitsturen; van zijn positie verdrijven; verzenden; vuren; wegsturen; wegzenden
glimmer blinken; fonkelen; glinsteren; gloren; schitteren
glow blozen; gloeien; kleuren; rood worden
shine beschijnen; blaken; flikkeren; fonkelen; glanzen; glimmen; glinsteren; glunderen; iets uitstralen; licht geven; licht schijnen; licht uitzenden; schijnen; schitteren; sprankelen; stralen; twinkelen; verlichten
ModifierRelated TranslationsOther Translations
zeal toegewijd

Wiktionary Translations for gloed:

gloed
noun
  1. de -al of niet zichtbare- straling die uitgaat van een heet voorwerp
gloed
noun
  1. -
verb
  1. -

Cross Translation:
FromToVia
gloed verve Verve — Schwung, Begeisterung bei einer Tätigkeit, insbesondere der eines Künstlers
gloed glow; heat; passion; ardour; ardor ardeurchaleur vif, extrême.