Dutch

Detailed Translations for afspraakje from Dutch to English

afspraak:

afspraak [de ~] nomen

  1. de afspraak (afgesproken ontmoeting; liaison)
    the appointment; the date
  2. de afspraak (regeling; akkoord; overeenkomst; schikking)
    the agreement; the settlement; the consent; the make a compromise; the approval; the come to terms; the concurrence; the chord; the permission
  3. de afspraak
    the appointment
    – An activity represented by a time interval that has a start time, an end time, and a duration. 1
  4. de afspraak
    the appointment
    – A calendar item in the Exchange store. Appointments do not include other people or resources. 1

Translation Matrix for afspraak:

NounRelated TranslationsOther Translations
agreement afspraak; akkoord; overeenkomst; regeling; schikking akkoord; band; binding; bond; bondgenootschap; compromis; contract; convenant; federatie; goedkeuring; instemming; liga; overeenkomst; pact; unie; verbond; verdrag; vergelijk
appointment afgesproken ontmoeting; afspraak; liaison aanstelling; benoeming; definiëring; installatie; nominatie; omschrijving; voordracht
approval afspraak; akkoord; overeenkomst; regeling; schikking accoord; akkoord; autorisatie; bijval; fiat; goedkeuring; goedkeuringsactiviteit; homologatie; instemming; machtiging; toestemming; volmacht
chord afspraak; akkoord; overeenkomst; regeling; schikking snaar
come to terms afspraak; akkoord; overeenkomst; regeling; schikking
concurrence afspraak; akkoord; overeenkomst; regeling; schikking gelijktijdigheid; samenloop
consent afspraak; akkoord; overeenkomst; regeling; schikking accoord; akkoord; believen; goeddunken; goedkeuring; instemming; jawoord; toestemming; welbevinden
date afgesproken ontmoeting; afspraak; liaison dadel; dagtekening; datum; jaartal; tijdstip
make a compromise afspraak; akkoord; overeenkomst; regeling; schikking
permission afspraak; akkoord; overeenkomst; regeling; schikking akkoord; bekrachtiging; fiat; goedkeuring; goedvinden; instemming; licentie; machtiging; permissie; ratificering; toestemming; vergunning
settlement afspraak; akkoord; overeenkomst; regeling; schikking afrekenen; afrekening; akkoord; arrangement; beslechting; betalen; bijlegging; compromis; definiëring; dokken; genoegdoening; inklinking; inklinking van bout; klink; kolonie; kolonisatie; nederzetting; omschrijving; regeling; schikking; vereffening; vergelijk; verrekening; vestiging; voldoen
- overeenkomst
VerbRelated TranslationsOther Translations
date dagtekenen; dateren; omgaan met; verkeren

Related Words for "afspraak":

  • afspraakje, afspraakjes

Synonyms for "afspraak":


Related Definitions for "afspraak":

  1. wat je (elkaar) belooft2
    • mijn afspraak met de tandarts is om twee uur2

Wiktionary Translations for afspraak:

afspraak
noun
  1. een overeenkomst
afspraak
noun
  1. agreed upon event which happens at a specified time and place
  2. pre-arranged social meeting
  3. stipulation; agreement
  4. arrangement for a meeting; an engagement
  5. an understanding to follow a course of conduct
  6. prearranged meeting, now especially between lovers

Cross Translation:
FromToVia
afspraak accommodation; agreement; accord; deal; pact; mutual agreement accommodementaccord que l’on faire d’un différend, d’une querelle.
afspraak pact; accommodation; agreement; accord; deal; mutual agreement pacteconvention accompagner d’actes publics qui lui donnent un caractère d’une importance primordiale.
afspraak appointment; date; rendez-vous rencontreTraductions à trier suivant le sens.
afspraak date rendez-vous — Réunion galante entre amoureux


Wiktionary Translations for afspraakje:

afspraakje
noun
  1. een afspraak tussen verliefden om elkaar te ontmoeten
    • afspraakjedate
afspraakje
noun
  1. pre-arranged social meeting

External Machine Translations: