Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. aantrekking:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for aantrekking from Dutch to English

aantrekking:

aantrekking [de ~ (v)] nomen

  1. de aantrekking
    the attraction; the charm; the temptation

Translation Matrix for aantrekking:

NounRelated TranslationsOther Translations
attraction aantrekking aandacht; attentie; attractie; bekijks; oplettendheid; opmerkzaamheid; trekpleister
charm aantrekking aanlokkelijkheid; aantrekkelijkheid; aantrekkingskracht; aanvechting; bekoorlijkheid; bekoring; beminnelijkheid; betovering; bevalligheid; charme; emoticon; fascinatie; gratie; innemendheid; seductie; temptatie; verleiding; verlokking; verovering; verzoeking
temptation aantrekking aanvechting; bekoring; seductie; temptatie; verleidelijkheid; verleiding; verlokking; verovering; verzoeking
VerbRelated TranslationsOther Translations
charm bekoren; bevallen; blij maken; in verrukking brengen; inpakken; inpalmen; plezieren; verblijden; verheugd; verrukken

Wiktionary Translations for aantrekking:

aantrekking
noun
  1. het elkaar aantrekken van massa, de kracht die dingen met massa naar elkaar laat bewegen